Lange duurloop
Bij een sprintafstand blijft het looponderdeel kort, dus ook de lange duurloop in de opbouw blijft bescheiden. De nadruk ligt meer op comfortabel lopen na de fiets dan op pure duurcapaciteit.
GTGF / Triathlon trainingsschema / Sprint
Een sprintafstand duurt kort, maar vraagt drie sporten die goed op elkaar aansluiten. GTGF combineert techniek, snelheid en wisselroutine in één opbouw, passend bij je huidige niveau in zwemmen, fietsen en lopen.
Voor beginnende triatleten die hun eerste sprintafstand voorbereiden, en voor ervaren triatleten die sneller willen worden op de kortste afstand.
← Terug naar Triathlon trainingsschemaEen week uit dit schema
Een voorbeeld, geen vast recept. De planner past dagen, duur en volgorde aan op je eigen niveau en beschikbare week.
Waar dit schema om draait
Deze afstand vraagt een eigen verhouding tussen lange duur, kwaliteit en voeding. Zo pakt de planner elk onderdeel aan.
Bij een sprintafstand blijft het looponderdeel kort, dus ook de lange duurloop in de opbouw blijft bescheiden. De nadruk ligt meer op comfortabel lopen na de fiets dan op pure duurcapaciteit.
Snelheid en wisselroutine wegen zwaar op de sprintafstand. Korte, scherpe intervallen op de fiets en in het water, gecombineerd met geoefende wissels, leveren vaak meer tijdwinst op dan extra volume.
Een sprinttriatlon duurt voor de meeste deelnemers onder de anderhalf uur. Voeding tijdens de wedstrijd zelf is beperkt relevant; een vertrouwd ontbijt en voldoende vocht vooraf zijn meestal voldoende.
Naar de startlijn toe
In de laatste weken voor de wedstrijd verandert de opbouw. Dit is wat er dan gebeurt.
De laatste week voor de wedstrijd daalt het volume, met behoud van korte, scherpe herhalingen in alle drie de sporten. Zo blijft de snelheid aanwezig terwijl de benen fris worden.
Begrijp je schema
De planner maakt het plan. Het GTGF Kenniscentrum legt de keuzes erachter uit met praktische voorbeelden en duidelijke grenzen.
Open het volledige kenniscentrum →Veelgestelde vragen
Een trainingsplan wordt beter wanneer de uitgangspunten vooraf duidelijk zijn.
Dat hangt af van je startniveau in elke discipline. Vaak is de zwakste sport het waard om iets vaker te trainen dan de andere twee, zolang de totale weekbelasting herstelbaar blijft.
Relatief belangrijk, omdat de totale wedstrijdtijd kort is. Een trage of onhandige wissel weegt op een sprintafstand zwaarder mee dan op een lange afstand.
Dat kan, maar oefen de overgang van zwembad naar open water wel minstens een paar keer voor de wedstrijd. Golfslag, oriëntatie en het dragen van een wetsuit voelen anders dan in het zwembad.
Kracht kan helpen bij snelheid en stabiliteit in alle drie de sporten, zolang de dosis de belangrijkste zwem-, fiets- en looptrainingen niet in de weg zit.
Van doel naar startlijn
Na je trainingsschema kun je dezelfde week koppelen aan sportvoeding en je voortgang bewaren in Mijn GTGF.